Rb. Noord-Holland 23 november 2022, ECLI:NL:RBNHO:2022:10632

Eiser is inwoner van Nederland en ontvangt een (van belastingheffing vrijgstelde) pensioenuitkering van een instelling van de Europese Unie. In geschil is de vraag of het vrijgestelde EU-inkomen terecht is meegenomen in het verzamelinkomen voor het bepalen van de inkomensgrens voor de ouderenkorting. De rechtbank oordeelt dat de ouderenkorting (net als de algemene heffingskorting), gezien de wijze van vormgeving, een onlosmakelijk onderdeel van de tariefstructuur – en dus van het inkomstenbelastingtarief – is. Rekening houden met het vrijgestelde EU-inkomen van eiser voor de bepaling van de hoogte van de ouderenkorting, betekent een indirecte heffing van belasting door Nederland over het vrijgestelde EU-inkomen, welke in strijd is met artikel 12 van het Protocol (Nr. 7) betreffende de voorrechten en immuniteiten van de Europese unie bij het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie. Het beroep is gegrond.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken