Rb. Noord-Holland 19 oktober 2022, ECLI:NL:RBNHO:2022:10436

De rechtbank beoordeelt of verweerder bij het vaststellen van de definitieve grenzen mocht uitgaan van de door de landmeter bij de aanwijs uitgevoerde meting zoals vastgelegd in het relaas van bevindingen en dienovereenkomstig de Basisregistratie Kadaster juist heeft bijgewerkt. Voor zover eisers aanvoeren dat zij te weinig grond hebben gekregen of teveel hebben betaald voor de grond is dit een civielrechtelijke aangelegenheid. Gelet op vaste jurisprudentie mag van de deskundigheid van de landmeter worden uitgegaan. Uit het relaas van bevindingen volgt dat eisers geen bezwaar hebben gemaakt tijdens de aanwijs. Van eisers had verwacht mogen worden dat zij op de hoogte zijn van de procedure. Eisers hadden moeten controleren of de piketpaaltjes op de juiste plek stonden. Voor zover eisers hebben gesteld niet te weten hoe zij de oppervlakte hadden moeten controleren, hadden zij zich door anderen moeten laten informeren of bijstaan. Naar het oordeel van de rechtbank is de meting zorgvuldig uitgevoerd door een deskundig ambtenaar. Verweerder mocht op basis daarvan de kadastrale grenzen definitief vaststellen. In de akte van levering worden slehcts voorlopige grenzen vermeld. Beroep ongegrond.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken