Rb. Noord-Holland 5 november 2021, ECLI:NL:RBNHO:2021:9978

Eiseres verleent, naast haar ‘market making’ activiteiten, diensten aan haar dochtervennootschappen, bestaande uit ‘support services’ en het ter beschikking stellen van software. Partijen hebben in het verleden afspraken gemaakt over de pro rata voor de gemengde kosten. Aangesloten is bij het bruto handelsresultaat als vergoeding. Bij deze afspraken is geen rekening gehouden met de van de dochtervennootschappen ontvangen betalingen. In geschil of de afgesproken pro rata berekening zijn grondslag vindt in de werkelijk gebruikmethode of de omzetmethode. Naar het oordeel van de rechtbank is de verhouding berekend op basis van de werkelijk gebruikmethode, omdat niet wordt aangesloten bij het daadwerkelijk in verband met afnemers buiten de EU behaalde bruto handelsresultaat, maar bij de gerealiseerde handelsvolumes in verband met afnemers buiten de EU. Daarom kunnen de dochtervennootschappen ontvangen betalingen niet worden meegenomen in de pro rata. Ook het beroep van eiseres op het vertrouwensbeginsel faalt. Tot slot kan het standpunt van eiseres, dat ter zake van het jaar 2020 de in het Terugtrekkingsakkoord overeengekomen overgangsperiode niet tot gevolg heeft dat de VK tot de EU moet worden gerekend, niet slagen. Anders dan eiseres heeft gesteld, heeft het Terugtrekkingskakkoord directe werking, ook ten nadele van burgers van de EU.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken