Rb. Noord-Holland 31 maart 2021, ECLI:NL:RBNHO:2021:8760

OB. De rechtbank komt tot het oordeel dat eiseres geen recht heeft op aftrek van voorbelasting omdat niet aannemelijk is dat zij een onderneming drijft, en ook niet dat de werkzaamheden die zijn verricht door de gemachtigde van eiseres zijn verricht binnen eiseres als afwikkeling van economische activiteiten uit het verleden of met het oog op toekomstige verkrijging door eiseres van belaste vergoedingen. De boetes worden verminderd in verband met overschrijding van de redelijke termijn.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken