Rb. Noord-Holland 27 januari 2021, ECLI:NL:RBNHO:2021:596

Beëindiging gezamenlijk gezag en IPR. Toepassing Haags Kinderbeschermingsverdrag 1961 en 1996 ten aanzien van twee minderjarigen, waarvan de oudste minderjarige voor de inwerkingtreding van het HKBV 1996 is geboren. De minderjarigen en de ouders bezitten de Palestijnse nationaliteit, maar Nederland erkent de Palestijnse Staat op dit moment niet als soevereine staat. De rechtbank komt op basis van artikel 3 HKBV 1961 en artikel 16 lid 1 HKBV 1996 tot de conclusie dat de ouders naar Syrisch recht belast zijn met het gezamenlijk gezag over de minderjarigen en gaat hierna over tot de beoordeling van het verzoek van de vader.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen