Rb. Noord-Holland 31 maart 2021, ECLI:NL:RBNHO:2021:3239

Ondanks aanhouding vanwege verblijf in het buitenland is een aansluitende zorgmachtiging voor de duur van twaalf maanden mogelijk. Artikel 6:1, derde lid, laatste volzin van de Wvggz gaat als lex specialis boven toepassing van artikel 6:6, sub a jo. 6:2, eerste lid, aanhef en onderdeel e van de Wvggz. Dat de diagnose van de psychische stoornis niet geheel duidelijk is (drie psychiaters hebben verschillende diagnoses), staat niet in de weg om een zorgmachtiging te verlenen. Betrokkene geeft geen toestemming aan onafhankelijk psychiater en behandelaar om te overleggen met de (ex-)echtgenoot en met het kind en/of de kinderpsycholoog. Het ontbreken van nadere informatie kan dan niet de medische verklaring of de verklaring van de behandelaar aantasten. Het gestelde effect van de zorgmachtiging op lopende echtscheidingsprocedure en ondertoezichtstelling kind maakt de zorgmachtiging niet disproportioneel.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken