Rb. Noord-Holland 12 februari 2021, ECLI:NL:RBNHO:2021:2523

Eiseres kwam in 2015 met haar werknemers in een CAO overeen dat zij zich zal inspannen om een aandelenprogramma tot stand te laten komen. Op basis van dit aandelenprogramma zouden aandelen in de moedermaatschappij van eiseres met een waarde X aan de vereniging van werknemers van eiseres worden toegekend. Uiteindelijk heeft de moedermaatschappij van eiseres eigen aandelen overgedragen aan de vereniging. Eiseres heeft daartoe een vergoeding betaald aan de moedermaatschappij. Daarnaast heeft eiseres een geldbedrag betaald aan de vereniging van werknemers met het doel om op de beurs aandelen in de moedermaatschappij te kopen. In geschil was of zowel de betaling aan de moedermaatschappij als aan de vereniging als kosten bij eiseres in aanmerking mochten worden genomen. De rechtbank is van oordeel dat de betaling aan de moedermaatschappij wel valt onder de aftrekbeperking van 10, eerste lid, aanhef en onder j, van de Wet op de Vennootschapsbelasting en de betaling aan de vereniging niet.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken