Rb. Noord-Holland 2 maart 2021, ECLI:NL:RBNHO:2021:1993
Douanerecht. Aangifte tot plaatsing onder de regeling extern communautair douanevervoer van zendingen knoflook. In 2016 heeft de Hoge Raad de uitnodigingen tot betaling uit 2003 vernietigd wegens een schending van het verdedigingsbeginsel. Nu in het onderhavige geval slechts de mededeling van de douane/btw-schuld wegens een daaraan klevend gebrek is vernietigd, is de rechtbank van oordeel dat het verweerder in beginsel vrij stond om in het onderhavige geval de boekingen te handhaven en daarvan opnieuw mededeling te doen. De rechtbank deelt de stelling van eiseres dat verweerder door de uitreiking van de litigieuze utb's de rechtszekerheid heeft geschonden niet. Uit het tijdsverloop volgt naar het oordeel van de rechtbank niet dat sprake is van een dusdanige schending van verdedigingsbeginsel dat de mededeling van de douaneschuld niet meer mogelijk is.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
Aangehaalde uitspraken
- HR 16 september 2016, ECLI:NL:HR:2016:2077
- HR 19 februari 2016, ECLI:NL:HR:2016:252
- HR 20 maart 2015, ECLI:NL:HR:2015:660
- Hof Amsterdam 12 maart 2015, ECLI:NL:GHAMS:2015:2074
- HR 11 juli 2014, ECLI:NL:HR:2014:1620
- Conclusie A-G VAN HILTEN 25 september 2009, ECLI:NL:PHR:2009:BD4373
- Hof Leeuwarden 18 april 2008, ECLI:NL:GHLEE:2008:BC9927
- CBb 18 juni 2003, ECLI:NL:CBB:2003:AH8811
- HvJ EU, ECLI:EU:C:1999:393