Rb. Noord-Holland 23 oktober 2020, ECLI:NL:RBNHO:2020:9197
Ten tijde van het doen van de aangifte dividendbelasting beschikte eiseres niet over een vergunning op grond waarvan zij het verlaagde tarief mocht toepassen. Dit heeft tot gevolg dat de belasting die op aangifte behoorde te worden afgedragen niet geheel is voldaan. De beroepsgrond dat er sprake is van afwezigheid van alle schuld omdat eiseres de aangifte had toevertrouwd aan een kundig adviseur faalt omdat eiseres zelf de aangifte had gedaan. Dat de adviseur daarna, buiten de termijn, ook een onjuiste aangifte heeft gedaan, maakt dat niet anders. De boete blijft in stand.
De uitspraak op rechtspraak.nl