Rb. Noord-Holland 20 augustus 2020, ECLI:NL:RBNHO:2020:6455

De Stichting exploiteert de kunstijsbaan in Haarlem en is dit jaar voor het eerst open in de zomer. Verzoekster heeft de gemeente verzocht handhavend op te treden tegen de openstelling in de zomer. Volgens verzoekster staat de aan de Stichting verleende vergunning opening voor schaatsen in de zomermaanden niet toe. Ook kost het in bedrijf hebben van de baan hartje zomer veel energie en veroorzaakt het veel uitstoot van kooldioxide. Verweerder heeft geweigerd handhavend op te treden omdat er geen sprake is van een overtreding. De voorzieningenrechter oordeelt dat nu de omgevingsvergunning niet is ingetrokken, deze vergunning en de daarbij horende voorschriften nog steeds gelden. Niet is gebleken dat de Stichting enig voorschrift over (beperking van) uitstoot van kooldioxide overtreedt. De voorzieningenrechter is verder van oordeel dat aan de vergunning geen voorschrift is verbonden dat zomeropenstelling voor schaatsen/het maken van ijs in de zomer, in de weg staat. Bij die stand van zaken ziet de voorzieningenrechter vooralsnog voldoende aanleiding om verweerder te volgen in zijn standpunt dat de omgevingsvergunning aan schaatsen in de zomer niet in de weg staat, zodat er geen sprake is van overtreding van vergunningvoorschriften. Er is dus geen reden verweerder tot handhaving gehouden te achten.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken