Rb. Noord-Holland 5 augustus 2020, ECLI:NL:RBNHO:2020:6289
Arbeidszaak. Voorlopige voorziening art. 223 Rv. Mondelinge uitspraak. Werkgever wordt bij wijze van voorlopige voorziening veroordeeld tot betaling van loon. De kantonrechter oordeelt dat het ontslag op staande voet in de hoofdzaak waarschijnlijk niet geldig zal worden geacht. Werkgever heeft aan het ontslag op staande voet verklaringen van de werknemer ten grondslag gelegd die de werknemer heeft gedaan in een mediationgesprek, terwijl partijen daarover geheimhouding hebben afgesproken en zijn overeengekomen dat zij verklaringen afgelegd in een mediationgesprek niet tegen elkaar (als bewijs) zullen gebruiken. Onder die omstandigjheden mocht de werkgever die verklaringen niet als dringende reden gebruiken voor een ontslag op staande voet.
De uitspraak op rechtspraak.nl