Rb. Noord-Holland 26 mei 2020, ECLI:NL:RBNHO:2020:4181
Mulderzaak (verkeersboete). De officier van justitie heeft de vergoeding voor proceskosten ten onrechte vastgesteld op basis van het tarief voor samenhangende zaken. Het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit (te weten het niet tijdig betalen van de proceskosten) is niet-ontvankelijk, omdat het is ingediend vóórdat de termijn voor het nemen van het besluit was verstreken en zonder dat de officier van justitie eerst in gebreke is gesteld. Er is geen wettelijke rente verschuldigd over een vergoeding voor proceskosten op grond van de Wet Mulder.
De uitspraak op rechtspraak.nl