Rb. Noord-Holland 17 januari 2020, ECLI:NL:RBNHO:2020:342

Voorzieningenrechter bepaalt dat de gemeente niet over mag gaan tot sluiting van een sportcomplex tot het moment dat door de bestuursrechter is geoordeeld over de vraag of een voorlopige voorziening nodig is. Voorzieningenrechter acht zich bevoegd van de zaak kennis te nemen nu in dit geval de zaak zo spoedeisend is dat rechtsbescherming in de bijzondere rechtsgangen niet kan worden verkregen. In het onderhavige geval bestaat twijfel omtrent de vraag of hier geen sprake is van een situatie waarin de burgemeester zijn bevoegdheid op grond van de Apv en de Gemeentewet om maatregelen in het belang van de openbare orde en veiligheid te nemen gebruikt met een ander doel dan waarvoor deze is verleend. Niet kan worden gezegd dat de burgemeester in redelijkheid heeft kunnen oordelen dat de veiligheid op het terrein van het sportcomplex zo ernstig en onmiddellijk in het geding is dat toetsing niet op de gebruikelijke wijze, te weten door het bieden van enige termijn tussen die bekendmaking en de daadwerkelijke sluiting, zou kunnen plaatsvinden.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen