Rb. Noord-Holland 20 maart 2020, ECLI:NL:RBNHO:2020:2713

Oostenrijkse vennootschap legt in 2017 en in 2020 na daartoe verkregen verloven conservatoire derdenbeslagen onder een Nederlandse vennootschap ten laste van een Italiaanse vennootschap. In 2018 is de Italiaanse vennootschap in staat van faillissement verklaard. De curator in het faillissement van de Italiaanse vennootschap vordert opheffing van de conservatoire derdenbeslagen. De voorzieningenrechter heft de beslagen op voor zover geldt dat deze beslagen nog niet van rechtswege zijn vervallen als gevolg van het faillissement van de Italiaanse vennootschap. Het op grond van de Insolventieverordening ten deze toepasselijke artikel 51 van de Italiaanse Faillissementswet bepaalt immers dat vanaf de dag dat het faillissement wordt uitgesproken geen individuele conservatoire of executoriale maatregelen kunnen worden ingesteld of voortgezet op zaken die tot het faillissement behoren dan wel op vorderingen die tijdens het faillissement zijn ontstaan. Overeenkomstig het Nederlandse faillissementsrecht verliezen dus zowel conservatoire als executoriale beslagen op het vermogen van de schuldenaar (beslagen onder derden ten laste van de schuldenaar daaronder begrepen) hun werking door de faillietverklaring. Wat onder het beslag viel, komt terecht in het algemene faillissementsbeslag en strekt tot verhaal van de gezamenlijke schuldeisers van de gefailleerde. Het kan niet zo zijn dat een individuele schuldeiser door beslaglegging de aan de curator opgedragen taken, de juiste afwikkeling van het faillissement, in het belang van alle schuldeiser, kan frustreren.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen