Rb. Noord-Holland 5 maart 2020, ECLI:NL:RBNHO:2020:1592

Eiser heeft een aanmerkelijk belang in een BV waarvan hij ook directeur is (dga). Partijen verschillen van mening over de vestigingsplaats van de BV. De rechtbank is an oordeel dat eiser, op wie voor dit punt de bewijslast rust, niet gesteld heeft, laat staan aannemelijk heeft gemaakt, dat de BV in 2015 ingevolge de belastingwetgeving van Curaçao aldaar aan belasting is onderworpen op grond van zijn woonplaats, verblijf, plaats van leiding, of enige andere soortgelijke omstandigheid. Dit betekent dat ongeacht waar de werkelijke leiding van de BV in 2015 werd uitgeoefend, de BV voor de toepassing van de Wet IB 2001 en de BRK uitsluitend in Nederland was gevestigd.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken