Rb. Noord-Holland 27 februari 2020, ECLI:NL:RBNHO:2020:1463
Grote zedenzaak. Beschouwingen over overschrijding van de klachttermijn bij klachtdelict afdreiging. Deze levert een absoluut vervolgingsbeletsel op, ook in het geval van een kwetsbaar slachtoffer. Bewezenverklaring van verschillende gevallen van verkrachting en ontucht. Gebaseerd op een bewijsconstructie, op onderdelen mede met toepassing van schakelbewijs. Vrijspraak van ontucht in het geval waarin ontuchtig karakter onvoldoende blijkt uit de zich in het dossier bevindende stukken. Oplegging van zes jaren gevangenisstraf en terbeschikkingstelling met dwangverpleging. Beschouwingen over de rechtsgrond voor een veroordeling in de proceskosten (verband houdend met de reis-, verblijf- en verletkosten van de benadeelde zelf) in het geval de benadeelde partij een advocaat heeft gemachtigd voor de voegingsprocedure. De rechtbank zoekt aansluiting bij de rechtspraak van de Hoge Raad die inhoudt dat het civiele proceskostensysteem leidend is.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
- Artikel 238 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 24c Sr
- Artikel 36b Sr
- Artikel 36c Sr
- Artikel 36d Sr
- Artikel 36f Sr
- Artikel 37a Sr
- Artikel 37b Sr
- Artikel 38v Sr
- Artikel 38z Sr
- Artikel 57 Sr
- Artikel 58 Sr
- Artikel 60a Sr
- Artikel 64 Sr
- Artikel 65 Sr
- Artikel 66 Sr
- Artikel 242 Sr
- Artikel 245 Sr
- Artikel 247 Sr
- Artikel 284 Sr