Rb. Noord-Holland 18 december 2020, ECLI:NL:RBNHO:2020:10690

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. In geschil is of verweerder terecht de afkoopsom lijfrente ten bedrage van € 7.781 tot het belastbare inkomen uit werk en woning heeft gerekend en of de door verweerder in rekening gebracht revisierente tot een juist bedrag zijn berekend. Verweerder heeft reeds rekening gehouden met een bedrag van € 4.894 aan betaalde en niet in aftrek gebrachte premies. Naar het oordeel van de rechtbank heeft eiser met de overgelegde stukken een aanspraak op aanvullende aftrek tot een bedrag van € 1.839 niet aannemelijk gemaakt. Voorts zijn de revisierente tot een juist bedrag in rekening gebracht gelet op artikel 30i van de Awr.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen