Rb. Noord-Holland 4 december 2020, ECLI:NL:RBNHO:2020:10157

De rechtbank verklaart de beroepen ongegrond. De navorderingsaanslag ib/pvv 2014 is niet in strijd met het correctiebeleid opgelegd gelet op de inkomenscorrectie van meer dan € 1.000. Anders dan eiser kennelijk betoogt zijn de voorwaarden van het correctiebeleid, niet cumulatief, maar alternatief. Ook het beroep op het vertrouwensbeginsel faalt. Dat verweerder in 2014 vragen heeft gesteld over de aangifte ib/pvv 2012 met betrekking tot een kapitaalverzekering en de in aftrek gebrachte scholingsuitgaven, maakt niet dat bij eiser in redelijkheid de indruk heeft kunnen ontstaan dat de specifieke zorgkosten voor de aanslagen ib/pvv 2013 en 2014 ook afgedaan zouden worden, zonder het overleggen van bewijsstukken. Voorts heeft eiser, naar het oordeel van de rechtbank, de door hem in aftrek geclaimde uitgaven voor specifieke zorgkosten en scholingsuitgaven niet aannemelijk gemaakt.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken