Rb. Noord-Holland 27 november 2019, ECLI:NL:RBNHO:2019:9783

Eiser heeft zijn ontslagvergoeding aangewend voor de aankoop van een stamrecht dat is ondergebracht in een door hem opgerichte BV. In geschil is op welk bedrag het loon uit vroegere dienstbetrekking ter zake van de afkoop van het stamrecht moet worden vastgesteld. De rechtbank volgt eiser niet in zijn standpunt dat het loon moet worden vastgesteld uitgaande van het daadwerkelijk aanwezige vermogen in de BV. Verweerder heeft het loon dan ook terecht vastgesteld op 80% van de – niet in geschil zijnde – commerciële waarde. De rechtbank volgt eiser voorts niet in zijn standpunten dat sprake is van de afwaardering van een schuldvordering of een informele kapitaalstorting. Het beroep is ongegrond.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken