Rb. Noord-Holland 18 oktober 2019, ECLI:NL:RBNHO:2019:8821
In geschil is of terecht inkomen uit aanmerkelijk belang in aanmerking is genomen bij het opleggen van de aanslagen IB/PVV. De rechtbank bevestigt deze vraag. Met het toestaan van beëindiging van de huur en het rechtstreeks verhuren van het pand hebben de aandeelhouders zich een voordeel laten ontgaan. Dit moet worden aangemerkt als winst uit aanmerkelijk belang. Er is sprake van een winstuitdeling. De bevoordeling is terecht in de onderhavige jaren in aanmerking genomen. Eiser heeft recht op een immateriële schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn. Het verzoek om toekenning van een integrale proceskostenvergoeding wijst de rechtbank af.
De uitspraak op rechtspraak.nl