Rb. Noord-Holland 16 juli 2019, ECLI:NL:RBNHO:2019:7267
Verweerder heeft overeenkomstig de door eiser ingediende aangifte inkomstenbelasting 2012 het inkomen uit aanmerkelijk belang vastgesteld op € 1.070.968. Bij nader inzien komt eiser terug op zijn aangifte opgenomen overdrachtsprijs en verkrijgingsprijs van de vervreemde aandelen. De rechtbank ontleend aan de door eiser in zijn aangifte opgenomen overdrachtsprijs voorshands het vermoeden dat dit juist is. Eiser heeft dit vermoeden niet weten te ontzenuwen. Eiser heeft ook niet aannemelijk gemaakt dat verweerder met een andere verkrijgingsprijs rekening had moeten houden. Het beroep is ongegrond.
De uitspraak op rechtspraak.nl