Rb. Noord-Holland 16 mei 2019, ECLI:NL:RBNHO:2019:4280
Beschikking op een vordering van de officier van justitie in het kader van artikel 181 Sv. Verdachte wordt beschuldigd van smaadschrift, artikel 261 Sr. De aangever, die kennelijk samen met verdachte in het filmpje te zien is, stelt dat verdachte het filmpje buiten zijn medeweten heeft gemaakt en online heeft geplaatst. Verdachte heeft geen toestemming gegeven om de gegevensdragers uit te lezen, terwijl onderzoek daaraan noodzakelijk is om vast te kunnen stellen of die gebruikt zijn bij het online plaatsen van het filmpje. De vordering strekt tot het verrichten van onderzoekshandelingen, te weten onderzoek aan een viertal gegevensdragers, waaronder de smartphone, tablet en computer van de verdachte - werkzaam als advocaat -, waarbij op voorhand is te voorzien dat de inbreuk op de persoonlijke levenssfeer zeer ingrijpend zal zijn en dat er geheimhoudersinformatie op de gegevensdragers aanwezig zal zijn. Uit dit onderzoek zou naar voren moeten komen of een bepaald ‘seksfilmpje’ vanaf een van die gegevensdragers online is geplaatst en, zo ja, wanneer. Smartphone-arrest (ECLI:NL:HR:2017:584) De rechter-commissaris zal de vraag of er sprake is van een zeer ingrijpende inbreuk positief beantwoorden, nu de officier van justitie dit blijkens de vordering tot uitgangspunt neemt, nu het onderzoek zich richt op materiaal dat een seksuele en daarmee zeer persoonlijke lading heeft en nu er aan de hand van zoektermen geautomatiseerd zal worden gezocht naar niet alleen filmmateriaal maar ook naar foto’s, gesprekken en de internethistorie van de verdachte. Toetsing aan de beginselen van subsidiariteit en proportionaliteit. De rechter-commissaris acht het gevorderde onderzoek ingevolge het voorgaande niet proportioneel en komt om die reden tot afwijzing van de vordering.
De uitspraak op rechtspraak.nl