Rb. Noord-Holland 15 maart 2019, ECLI:NL:RBNHO:2019:2500

De rechtbank ziet geen aanleiding om tot een ander oordeel te komen dan het door de Hoge Raad bevestigde oordeel van het Hof. Dit oordeel houdt in dat eiseres (gezamenlijk met een ander) een commerciële/professionele effectenhandel en arbitrageonderneming dreef en dat de doelstelling van eiseres niet (nagenoeg) uitsluitend die van een pensioenfonds was en dat zij niet voldeed aan de eisen van artikel 3 van het Besluit. Eiseres valt derhalve niet onder de vrijstelling van artikel 5, eerste lid, aanhef en letter b, van de Wet Vpb. De rechtbank ziet aanleiding tot een verliesvaststellingsverliesbeschikking in verband met Belgische bronbelasting.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken