Rb. Noord-Holland 11 februari 2019, ECLI:NL:RBNHO:2019:1024

Partijen houdt verdeeld de vraag of ingevolge artikel 9, eerste lid van de Wet op belastingen van rechtsverkeer (hierna: WBR) de waarde van de 71 onroerende zaken ten tijde van de verkrijging op een hoger bedrag dient te worden vastgesteld dan het bedrag van de koopsom van € 250.480.075. Voorts heeft eiseres verzocht om vergoeding van geleden immateriële schade

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken