Rb. Noord-Holland 1 november 2017, ECLI:NL:RBNHO:2017:9448

Op 30 maart 2017 is een voorwaardelijke machtiging verleend voor [naam] tot en met 30 september 2017. Deze beschikking is door de Hoge Raad bij beschikking van 29 september 2017 vernietigd en teruggewezen naar de rechtbank wegens motiveringsgebrek. De rechtbank moest aantonen waarom redelijkerwijs is aan te nemen dat [naam] de voorwaarden zal naleven. Daarnaast is een nieuw verzoek gedaan voor een nieuwe voorwaardelijke machtiging. De voorwaardelijke machtiging is alsnog verleend en de nieuwe voorwaardelijke machtiging daaropvolgend.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen