Rb. Noord-Holland 5 maart 2017, ECLI:NL:RBNHO:2017:5938
Bevoegdheidsincident ex. artikel 1022 Rv in vrijwaringszaak. Partijen twisten over de vraag of het arbitragebeding in de algemene voorwaarden aan de bevoegdheid van de rechtbank in de vrijwaring in de weg staat. Ingevolge artikel 1022 Rv verklaart de rechter bij wie een geschil aanhangig is gemaakt waarover een overeenkomst tot arbitrage is gesloten, zich onbevoegd indien een partij zich voor alle weren op het bestaan van die overeenkomst beroept, tenzij de overeenkomst ongeldig is. Artikel 216 Rv staat niet aan de eventuele toepasselijkheid van het arbitragebeding in de weg. Vrijwaring doorbreekt in beginsel slechts de regels van de relatieve competentie, niet die van de absolute competentie. Derhalve doorbreekt het artikel ook niet een arbitragebeding als het onderhavige. Dat het beroep van op onbevoegdheid in strijd is met de redelijkheid en billijkheid, althans misbruik van recht oplevert, wordt niet gevolgd. Slechts bij hoge uitzondering kan een dergelijk beroep slagen. Inclusief herstelvonnis d.d. 19 april 2017
De uitspraak op rechtspraak.nl