Rb. Noord-Holland 13 juli 2017, ECLI:NL:RBNHO:2017:5744

In bezwaar heeft verweerder het invorderingsbesluit ingetrokken, omdat tot op heden […] niet namens verweerder is vastgesteld of (en wanneer) de houten vlonder is verwijderd en of (en wanneer) het gebruik van het dak als dakterras is beëindigd. Dat betekent dat thans nog niet is komen vast te staan dat eisers de opgelegde dwangsom hebben verbeurd in de zin van artikel 5:32a, tweede lid, van de Awb, zodat er ook op dit moment geen bevoegdheid bestaat tot invordering van de dwangsom. Daaruit volgt dat de in artikel 5:35 van de Awb neerge-legde termijn van verjaring van de bevoegdheid tot invordering nog niet is aangevangen. Die termijn vangt immers eerst aan in het geval sprake is van een verbeurde dwangsom. Ondanks de in bezwaar gewijzigde last en het ingetrokken invorderingsbesluit is verweerder op grond van artikel 5:38, tweede lid, van de Awb nog altijd bevoegd om tot invordering over te gaan, indien en voor zover een nog te verrichten controle zou uitwijzen dat eisers niet binnen de begunstigingstermijn aan de last hebben voldaan. Eisers hebben derhalve belang bij de beoordeling van de rechtmatigheid van het bestreden besluit. De situatie dat procesbelang ontbreekt, omdat de bevoegdheid tot invordering is verjaard, doet zich gelet op hetgeen hiervoor is overwogen niet voor. Het beroep is derhalve ontvankelijk[…]. Op basis van de ter zitting overgelegde foto’s, alsmede de overige beschikbare stukken in het dossier en de toelichting van partijen, stelt de rechtbank vast dat op het platte dak van het achterhuis een bitumen dakbedekking is aangebracht. Daarbovenop zijn piepschuim isolatieplaten geplaatst. Vervolgens zijn daar bovenop een aantal dwarsbalken, die (ten dele) voor steun rusten op de muur, houten vloerdelen (een houten vlonder) aangebracht, binnen de contouren van de opstaande met zink afgewerkte dakrand. Hiermee staat naar het oordeel van de rechtbank genoegzaam vast dat de vlonder een constructie van enige omvang betreft die bedoeld is om ter plaatse te functioneren. Met verweerder is de rechtbank dan ook van oordeel dat de houten vlonder moet worden aangemerkt als een bouwwerk. Nu de houten vlonder moet worden aangemerkt als een bouwwerk, kon deze niet zonder bouwvergunning […] worden gebouwd. Het bouwen van de vlonder zonder omgevingsvergunning is derhalve in strijd met artikel 2.1, aanhef en onder a, van de Wabo, zodat sprake is van een overtreding […]. Eveneens is sprake van overtreding van het bepaalde in artikel 2.1, eerste lid aanhef en onder c, van de Wabo. […] Door het aanbrengen van de vlonder, bovenop de reeds aanwezige dakbedekking, is de mogelijkheid gecreëerd om op het dak van het achterhuis te verblijven en dit te gebruiken als dakterras. Dat een hekwerk ontbreekt, maakt - anders dan eisers stellen - niet dat niet gesproken kan worden van een dakterras. Gelet op de handhavingsverzoeken en ook de verklaringen van eisers desgevraagd ter zitting hebben eisers in ieder geval ten tijde van de oplegging van de last onder dwangsom de vlonder ook daadwerkelijk als dakterras gebruikt. Zij hebben immers op hun vlonder stoelen geplaatst en daar verpoost. Daarmee hebben eisers gehandeld in strijd met het verbod van artikel 3, derde lid en onder m, van de planvoorschriften van het bestemmingsplan “Nieuwmarkt 2004”.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken