Rb. Noord-Holland 12 juli 2017, ECLI:NL:RBNHO:2017:5743

Ex-echtelieden, twee vrouwen. Meemoeder vraagt in haar hoedanigheid als instemmende levensgezel om vervangende toestemming erkenning en gezamenlijk gezag. Sprake van een vechtscheiding, kinderen staan onder toezicht. Al jaren onduidelijkheid over de geslachtsnaam van de kinderen (die van de meemoeder) en het gezag. Er is sprake van gezamenlijk gezag op grond van 1:253sa BW. Geslachtsnaam van de meemoeder op grond van 1:5, vierde lid BW. Nadat de rechtbank de Raad voor de Kinderbescherming om een onderzoek heeft verzocht, geeft de moeder gedurende de procedure haar mannelijke partner (samen met de oudste minderjarige die dertien jaar oud is) toestemming om de kinderen te erkennen en kiest daarbij voor haar geslachtsnaam. De rechtbank stelt vast dat er sprake is van een voorwaardelijke erkenning. Partijen hebben naar het oordeel van de rechtbank bewust voor een huwelijk gekozen en voorts ook bewust gekozen om binnen dat huwelijk hun kinderen geboren te laten worden en samen moeders te zijn van die kinderen. Het vastleggen van het juridisch ouderschap van de meemoeder is in het belang van de minderjarigen. Het sluit aan bij hun afstamming en geeft blijk van hun ontstaansgeschiedenis. Toewijzing verzoek vervangende toestemming erkenning; daarmee is de door de man gedane erkenning niet rechtsgeldig. Afwijzing verzoek proceskostenveroordeling.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken