Rb. Noord-Holland 11 juli 2017, ECLI:NL:RBNHO:2017:5673
Executiegeschil over de uitleg van het kort gedingvonnis van 19 mei 2017 (ECLI:NL:RBNHO:2017:4185). Incidentele vordering tot tussenkomst afgewezen wegens gebrek aan belang. TUI kan geen nadeel ondervinden van de uitspraak in dit executiegeschil tussen Corendon en SACN, omdat het geschil slechts gaat over de interpretatie van het dictum van het eerdere vonnis. Het in dat vonnis uitgesproken gebod en verbod worden in deze zaak voor zover nodig nader uitgelegd en verduidelijkt maar daarbij worden geen nieuwe rechten en plichten voor Corendon en SACN vastgesteld. Van conflicterende rechten of een eigen belang van TUI bij de vorderingen in dit executiegeschil is daarom geen sprake. Het eerdere vonnis is gewezen tussen Corendon en SACN en heeft geen rechtstreekse werking jegens derden. Het in het vonnis van 19 mei 2017 gegeven verbod en gebod moeten worden gelezen in samenhang met de daaraan ten grondslag liggende overwegingen en tegen de achtergrond van hetgeen Corendon in die procedure aan haar vorderingen ten grondslag heeft gelegd, te weten dat het “nieuwe” allocatiebeleid van SACN zoals vastgelegd in de Working Procedure jegens haar onrechtmatig is en niet mag worden toegepast. Het oordeel van de voorzieningenrechter dat het “nieuwe” slotallocatiebeleid onrechtmatig is, brengt logischerwijze mee dat SACN ten aanzien van Corendon moet teruggrijpen op het “oude” beleid zoals dat vóór 2017 werd toegepast. De in 5.2 van het dictum gehanteerde bewoordingen “evenals in voorgaande jaren”, “gebruikelijke batches” en “gebruikelijke onderbenutting” duiden daar ook op. Het dictum moet in het licht van het voorgaande aldus worden begrepen dat ten aanzien van Corendon de situatie moet worden gehandhaafd zoals die gold voorafgaand aan het seizoen 2017. Een andere uitleg van het geformuleerde gebod en verbod zou volstrekt onredelijk zijn, omdat dat tot gevolg zou kunnen hebben dat Corendon in een betere positie terecht zou komen dan in de voorgaande seizoenen, terwijl daarvoor geen grond bestaat
De uitspraak op rechtspraak.nl