Rb. Noord-Holland 12 juli 2017, ECLI:NL:RBNHO:2017:5663
“Uit de parlementaire geschiedenis die heeft geleid tot de invoering van artikel 13d, negende lid, van de Wet Vpb (oud) blijkt dat de voortzettingsbepaling is ingevoerd teneinde oneigenlijk gebruik van de liquidatieverliesregeling door middel van voortzetting van de onderneming binnen concern, te voorkomen. Alhoewel tijdens de parlementaire behandeling niet expliciet is vermeld op welk moment de verbondenheid zou moeten worden getoetst, kan uit citaten uit de parlementaire geschiedenis worden afgeleid dat de verbondenheid op het moment van de voortzetting direct na overdracht van de ondernemingsactiviteiten moet worden beoordeeld. Dat het liquidatieverlies pas bij voltooiing van de vereffening in aanmerking kan worden genomen, betekent immers niet dat de eventuele verbondenheid naar datzelfde moment moet worden nagegaan. Beroep ongegrond.”
De uitspraak op rechtspraak.nl