Rb. Noord-Holland 24 mei 2017, ECLI:NL:RBNHO:2017:4474
Omdat eiseres bij het op de Europese markt brengen van hout zou hebben nagelaten het stelsel van zorgvuldigheidseisen als bedoeld in de Houtverordening EU nr.995/2010 (de Houtverordening) volledig te doorlopen/toe te passen, heeft verweerder besloten om handhavend tegen eiseres op te treden door oplegging van een last onder dwangsom. De rechtbank oordeelt dat het stelsel van zorgvuldigheidseisen voldoende duidelijk is beschreven in de Houtverordening zelf. Dit stelsel van zorgvuldigheidseisen brengt met zich mee dat eiseres gehouden is om verifieerbare gegevens te overleggen over de herkomst van het hout, van de kap tot het moment waarop- het op de Europese markt wordt gebracht, zodanig, dat aan de hand daarvan kan worden vastgesteld dat de kap van het hout in overeenstemming is met de plaatselijke wet-, en regelgeving. Dit stelsel van zorgvuldigheidseisen brengt voorts met zich mee dat een risico-inventarisatie, -analyse en inschatting moet worden gemaakt en dat zo nodig risico-beperkende maatregelen worden genomen. De rechtbank stelt vast dat eiseres onvoldoende heeft voldaan aan de verplichting om voldoende verifieerbare informatie te verzamelen. Daardoor is de herkomst van de partij hout niet vast te stellen, waardoor ook geen risico-inventarisatie, -analyse en -inschatting kan worden gemaakt die voldoet aan de daaraan gestelde eisen. Daarbij oordeelt de rechtbank dat eiseres verzuimd heeft om risico- beperkende maatregelen te treffen, terwijl eiseres wist dat het hout afkomstig was uit een land waar het risico op corruptie significant hoog is. De rechtbank kan verweerder daarom volgen in de stelling dat het in de Houtverordening voorgeschreven stelsel van zorgvuldigheidseisen niet volledig is doorlopen/toegepast, hetgeen een overtreding is van het bepaalde in artikel 2, eerste luid, van het Besluit Uitvoering Houtverordening. Verweerder was daarom bevoegd daartegen handhavend op te treden.
De uitspraak op rechtspraak.nl