Rb. Noord-Holland 15 februari 2017, ECLI:NL:RBNHO:2017:1112
Verzoek ovj tot wijziging van de tweede voornaam vader op geboorteakte kind omdat er sprake is van een kennelijke schrijffout. De vader heeft hiervoor een kopie van zijn geboorteakte overgelegd en de ouders hebben schriftelijk ingestemd met de verzochte wijziging. De rechtbank heeft het verzoek toegewezen omdat zij bevoegd is kennis te nemen van het verzoek, nu de bevoegdheid van de ambtenaar ter zake de verbetering van kennelijke fouten en misslagen geen exclusieve bevoegdheid is, gelet op het bepaalde in artikel 1: 24 BW (een verbetering van een in de registers van de burgerlijke stand voorkomende akte of latere vermelding die onvolledig is of een misslag bevat). De rechtbank is echter van oordeel dat de ambtenaar deze schrijf- of spelfout zelf had kunnen verbeteren, aangezien het een kennelijke fout betreft, die voor de ambtenaar eenvoudig - namelijk rechtstreeks uit de overgelegde geboorteakte van de vader - kenbaar was. Dit zou een efficiëntere en snellere route zijn geweest dan via een verzoek aan de rechtbank, al was het alleen al omdat dan de termijn van drie maanden van artikel 1: 24 lid 2 BW niet behoeft te worden afgewacht alvorens tot verbetering van de akte kan worden overgegaan.
De uitspraak op rechtspraak.nl