Rb. Noord-Holland 10 augustus 2016, ECLI:NL:RBNHO:2016:6643

De rechtbank is niet bevoegd kennis te nemen van de verzoeken van de vader ten aanzien van de verzoeken over het gezag, de hoofverblijfplaats, de beëindiging van de voogdij en alle overige verzoeken (muv de omgangsregeling) omdat de hoofdverblijfplaats van de minderjarige ten tijde van de indiening van het verzoek niet meer in Nederland was, maar in Italië. De rechtbank is wel bevoegd kennis te nemen van het verzoek over de omgangsregeling omdat dit verzoek is ingediend binnen drie maanden na de feitelijke verhuizing van de minderjarige en haar verkrijging van een nieuwe gewone verblijfplaats in Italië.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen