Rb. Noord-Holland 20 juni 2016, ECLI:NL:RBNHO:2016:4991
Partijen verschillen van mening over de vraag of de overdrachtsperiode na invoering van de Wwz relevant is bij de beoordeling van de vraag of functies al dan niet uitwisselbaar zijn. Overwogen is dat met de inwerkingtreding van het ontslagdeel van de Wwz op 1 juli 2015 artikel 6 van het Buitengewoon Besluit Arbeidsverhoudingen 1945, het Ontslagbesluit en de daarop gebaseerde Beleidsregels ontslagtaak Uwv zijn komen te vervallen voor verzoeken om toestemming de arbeidsovereenkomst op te zeggen die na 1 juli 2015 worden ingediend, waarvan in onderhavige zaak sprake is. Verzoeken om toestemming voor opzegging van de arbeidsovereenkomst om bedrijfseconomische redenen worden na die datum beoordeeld op basis van de bepalingen uit het Burgerlijk Wetboek en de Ontslagregeling. In geen van deze regelingen komt de overdrachtsperiode voor. Er bestaat aldus in beginsel geen basis om de thans vervallen Beleidsregels Ontslagtaak Uwv, waarin door het Uwv is bepaald dat de redelijkheid meebrengt dat bij het bepalen van de uitwisselbaarheid van functies een zekere overdrachtsperiode nodig om in de andere functie ingewerkt te raken wordt ingecalculeerd, toe te passen. De omstandigheid dat, zoals de werknemer stelt, in de Memorie van Toelichting (hierna: MvT) bij artikel 7:669 BW staat dat met dit artikel geen wijziging wordt beoogd ten opzichte van hetgeen is geregeld in het Ontslagbesluit en de daarop gebaseerde Beleidsregels Ontslagtaak Uwv, maakt dit niet anders. Allereerst ziet deze opmerking op de vraag of herplaatsing mogelijk is. Daarnaast kan met een dergelijke algemene opmerking in de MvT een vervallen beleidsregel niet opnieuw worden ingevoerd. Het ontslagrecht is met de invoering van de Wwz ingrijpend veranderd. Met de Wwz is beoogd om het ontslagrecht doelmatiger, sneller, goedkoper en eerlijker te maken. Het uitgangspunt om de peildatum – de datum waarop de aanvraag voor toestemming om de arbeidsovereenkomst te beëindigen is ingediend – als toets moment strikt te hanteren, past in die doelstelling. Ook op basis van de MvT bestaat er naar het oordeel van de kantonrechter aldus geen verplichting voor het Uwv om de vervallen beleidsregels, op grond waarvan een overdrachtsperiode werd gehanteerd, te blijven hanteren. Voorts is overwogen dat in de Ontslagregeling, gelet op het bepaalde in de artikelen 11, 12 en 13 en de samenhang tussen deze artikelen, het begrip ‘peildatum’ is gekoppeld aan het begrip ‘uitwisselbare functies’. Ook hieruit leidt de kantonrechter af dat sprake moet zijn van uitwisselbaarheid van functies op het moment dat een verzoek om te mogen beëindigen is gedaan en dat daarbij geen overdrachtsperiode in aanmerking dient te worden genomen. Geoordeeld is dat de betreffende functies op de peildatum als bedoeld in artikel 12, eerste lid, van de Ontslagregeling niet uitwisselbaar zijn. Er is een juiste ontslagvolgorde heeft aangehouden. De opzegging is niet in strijd met artikel 7:669, lid 3, onderdeel a, BW.
De uitspraak op rechtspraak.nl