Rb. Noord-Holland 29 april 2016, ECLI:NL:RBNHO:2016:4559

Ontheffing Flora- en faunawet voor doden van ganzen met CO2 De rechtbank is van oordeel dat sprake is van een onverbrekelijke samenhang tussen het gebruik van CO2 en het gebruik van (hulp)middelen om de ganzen bijeen te drijven. De beschrijving van het middel dat is aangewezen onder artikel 5, eerste lid, onder k, van het Bbsd, te weten 'middelen die krachtens de Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden zijn toegelaten of vrijgesteld', staat in de weg aan het daaronder begrepen achten van middelen om dieren bijeen te drijven. De rechtbank stelt voorts vast dat in artikel 5, eerste lid, van het Bbsd middelen of methoden om bijeen te drijven niet zijn genoemd als middelen of methoden waarmee vogels mogen worden gevangen of gedood. Uit de uitspraak van de Afdeling van 4 januari 2012 volgt vervolgens dat het gebruik van middelen om bijeen te drijven niet zijn toegestaan. Gelet op het voorgaande komt de rechtbank tot de conclusie dat het vangen en doden van grauwe ganzen, brandganzen en Canadese ganzen met CO2 met gebruikmaking van middelen om de ganzen bijeen te drijven niet is toegestaan. Verweerder heeft dan ook ten onrechte hiervoor, impliciet, ontheffing verleend en derhalve ten onrechte ontheffing verleend voor gebruik van het middel CO2.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken