Rb. Noord-Holland 31 mei 2016, ECLI:NL:RBNHO:2016:4332
Bestuurlijke boete wegens overtreding Wet arbeid vreemdelingen. De rechtbank is van oordeel dat er aanleiding is de boete te matigen. Er is slechts eenmalig geconstateerd dat de vreemdeling werkzaamheden heeft verricht. Dat die werkzaamheden een structureel karakter hebben is niet gebleken en ook niet aannemelijk gemaakt [...]. Dat de arbeid onbetaald is verricht is niet in geschil. Dat de vreemdeling en zijn gezin - sinds langere tijd woonachtig in Italie - slechts tijdelijk in Nederland waren is met overleggen van de vliegtickets voldoende aannemelijk gemaakt. Ook is voldoende aannemelijk dat de vreemdeling hier verbleef voor familiebezoek en dat de door hem verichtte werkzaamheden zijn uitgevoerd omdat zijn broer diezelfde dag zie naar huis was gegaan. Reden waarom deze werkzaamheden, hoewel ook passend binnen de normale bedrijfsvoering, in dit geval gekwalificeerd dienen te worden als werkzaamheden ter ontlasting van zijn schoonzus en dus in de privésfeer en niet als werkzaamheden verricht ten behoeve van de bedrijfsvoering. De rechtbank ziet aanleiding om de boete met 75% te matigen.
De uitspraak op rechtspraak.nl