Rb. Noord-Holland 8 februari 2016, ECLI:NL:RBNHO:2016:3095
Beschikking ex art. 77dd Sr en 591a Sv. Verzoekschrift strekt onder meer tot toekenning van een vergoeding van € 17865 wegens onterecht ondergane vrijheidsbeneming. Veroordeelde heeft zich alles behalve meewerkend opgesteld. Hij heeft de voorwaarden overtreden, waarmee de voorlopige tenuitvoerlegging van de PIJ-maatregel terecht heeft plaatsgevonden. De rechtbank heeft vervolgens de vordering tot tenuitvoerlegging van de voorwaardelijk opgelegde PIJ-maatregel afgewezen. Niet omdat veroordeelde geen behandeling nodig had, maar alleen omdat hij geen enkele motivatie had voor behandeling. Dit maakt dat veroordeelde de rechtbank geen andere keuze liet dan tot afwijzing van de vordering te beslissen. De rechtbank acht in dit geval, alle omstandigheden in aanmerking genomen, geen gronden van billijkheid aanwezig om aan verzoeker enige vergoeding toe te kennen, ook niet voor de kosten van een raadsman.
De uitspraak op rechtspraak.nl