Rb. Noord-Holland 22 januari 2016, ECLI:NL:RBNHO:2016:1580
De rechtbank stelt op grond van de rapportages vast dat verdachte lijdt aan een ziekelijke stoornis van zijn geestvermogens, waardoor hij niet in staat is de strekking van de tegen hem ingestelde vervolging te begrijpen. Er is zeer vermoedelijk sprake van een psychotische stoornis, waardoor verdachte – in ieder geval op dit moment – geen besef lijkt te hebben van de strafrechtelijke beschuldigingen aan zijn adres en het verband daarvan met de behandeling ter terechtzitting. Op grond van het vorenstaande dient naar het oordeel van de rechtbank de vervolging van verdachte te worden geschorst. De rechtbank gelast, gelet op en met inachtneming van het vorenstaande, dat de schorsing van de vervolging van verdachte zich niet uitstrekt tot hetgeen de voorlopige hechtenis betreft. De rechtbank heeft ter terechtzitting, gehoord de gemachtigd raadsman van verdachte en de officier van justitie, op vordering van de officier van justitie beslist tot toepassing van artikel 509a Sv.
De uitspraak op rechtspraak.nl