Rb. Noord-Holland 5 februari 2016, ECLI:NL:RBNHO:2016:1080

Promis; niet-ontvankelijkheidsverweer verworpen; bewezenverklaring dierenmishandeling; strafoplegging. Verdachte heeft gedurende een periode van zes maanden een kat zeer ernstig mishandeld. Hij maakte filmpjes van zijn daden en stuurde deze op naar zijn zus. Dierenmishandeling is een ernstig feit. Dieren zijn machteloos en afhankelijk van hun verzorger. De rechtbank is van oordeel dat de ernst van het feit in casu niet dusdanig is dat de forse afwijking van de geldende richtlijnen door de officier van justitie in haar strafeis gerechtvaardigd is. De rechtbank houdt voorts rekening met het feit dat de door verdachte gemaakte filmpjes door handelen van een derde in de openbaarheid zijn gekomen, waar verdachte zelf niet voor heeft gekozen. Hij is daardoor gestraft door buitenproportionele reacties van derden en het feit dat hij vanwege de in de openbaarheid gekomen filmpjes door zijn werkgever is ontslagen. Deze omstandigheden wegen voor de rechtbank mee bij de bepaling van de uiteindelijke strafmaat.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen