Rb. Noord-Holland 7 juli 2015, ECLI:NL:RBNHO:2015:5683

Weigering verklaring van geen bezwaar. De rechtbank is van oordeel dat verweerder zich in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat de aan de weigering ten grondslag gelegde gegevens niet in hun geheel aan eiser kunnen worden verstrekt, omdat daarmee inzicht wordt gegeven in de gebruikte bronnen, het actuele kennisniveau van de Aivd of de werkwijze, en onderzoeken van de Aivd zowel nu als in de toekomst mogelijk in gevaar worden gebracht. Gezien de inhoud van de aan de weigering ten grondslag gelegde gegevens, heeft verweerder zich echter niet in redelijkheid op het standpunt kunnen stellen dat vanwege de aard van de gegevens in het geheel geen op eiser toegespitste motivering kan worden gegeven waarom de verklaring van geen bezwaar wordt geweigerd. Verweerder heeft ten onrechte het belang van de staatveiligheid, dat wordt gediend met vertrouwelijkheid van de gegevens, in zodanige mate laten prevaleren boven het belang van eiser dat hem ieder uitsluitsel over de feiten op grond waarvan is geweigerd, is onthouden. Als gevolg van het ontbreken van enige feitelijke onderbouwing en het nalaten van een nadere invulling van de bij eiser aanwezig geachte indicatie of indicaties, kan eiser zich in rechte niet of nauwelijks verweren tegen de hem gerezen bezwaren en wordt wezenlijk afbreuk gedaan aan het beginsel van hoor en wederhoor in de procedure bij de rechter. De rechtbank ziet, gelet op de aan de weigering ten grondslag gelegde gegevens geen grond voor het oordeel dat de gekozen mate van vertrouwelijkheid en de gevolgen daarvan voor de kwaliteit van de procedure in rechte zijn gerechtvaardigd in het belang van de staatveiligheid.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen