Rb. Noord-Holland 24 maart 2015, ECLI:NL:RBNHO:2015:3639

De advocaat van de jeugdige stelt dat het mandaatbesluit van B&W van de gemeente Heerhugowaard niet strookt met de eisen die de wet daaraan stelt en een verzoek voor een ‘vrijwillige’ gesloten machtiging niet door de GI kan worden gedaan. Verwezen wordt naar de uitspraken van de rechtbank Gelderland van 16 februari 2015 (ECLI:NL:RBGEL:2015:1159) en de rechtbank Rotterdam van 25 maart 2015 (ECLI:NL:RBROT:2015:2064), waarin – kort gezegd – wordt overwogen dat in geval van een verzoek tot gesloten jeugdhulp met instemming van ouders met gezag, mandaatverlening door het college van burgemeester en wethouders aan de GI in strijd is met de aard van de bevoegdheid omschreven in artikel 6.1.8. Jeugdwet en dat dit ook geldt voor de mandaatverlening met betrekking tot het nemen van de verleningsbeslissing als bedoeld in artikel 6.1.2, vijfde lid, van de Jeugdwet. De kinderrechter overweegt dat deze uitspraken nog niet in hoger beroep zijn bekrachtigd. Vooralsnog ziet de kinderrechter daarom geen reden om die uitspraken te volgen, mede gezien de ingrijpende gevolgen die dat kan hebben voor de noodzakelijke hulpverlening aan de jeugdige. Dat betekent dat de kinderrechter ervan uitgaat dat in dit geval zowel voor de indiening van het verzoek als voor het afgeven van de verleningsbeslissing is voldaan aan de daaraan gestelde formele vereisten.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken