Rb. Noord-Holland 4 maart 2015, ECLI:NL:RBNHO:2015:1841
Vordering van bedrijfspensioenfonds beroepsvervoer (Bpf) tegen een aantal bij haar op grond van de Wet Bpf 2000 dan wel krachtens overeenkomst aangesloten ondernemingen. Bpf vordert verklaring voor recht dat de bij de aangesloten ondernemingen betaalde onregelmatigheidstoeslag behoort tot het pensioengevend loon conform het Pensioenreglement en dat deze ondernemingen gehouden zijn daarover premie aan Bpf te betalen en voorts veroordeling van die ondernemingen tot betaling van achterstallige premies. Ondernemingen voeren aan dat (1) de eigen onregelmatigheidstoeslag geen onregelmatigheidstoeslag is in de zin van het Pensioenreglement, (2) de eigen cao's prevaleren, (3) er afwijkende afspraken zijn gemaakt, (4) sprake is van een gerechtvaardigd vertrouwen dat over de onregelmatigheidstoeslag geen premie zal worden geheven en (5) heffing van achterstallige premies onaanvaardbaar is naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid. De verweren worden verworpen. De vorderingen worden toegewezen.
De uitspraak op rechtspraak.nl