Rb. Noord-Holland 29 december 2015, ECLI:NL:RBNHO:2015:11661
Vordering van B.V. tot het verlenen van medewerking aan bijschrijving van geldsom (2,6 miljoen) op derdenrekening van advocatenkantoor. Eén van de advocaten van dat kantoor treedt op namens eiseres als OK-bestuurder. Vordering is er op gericht het vermogen van de kleindochtervennootschap veilig te stellen, teneinde daarover op termijn te kunnen beschikken, nadat tussen de aandeelhouders van eiseres minnelijk dan wel na gerechtelijke tussenkomst is komen vast te staan hoe het vennootschapsvermogen dient te worden verdeeld c.q. aangewend. Gedaagde is bestuurder van één van de aandeelhouders van eiseres en is daarnaast bestuurder van de kleindochter-vennootschap van eiseres. Gedaagde beroept zich op een vordering van de aandeelhoudersvennootschap van eiseres op de kleindochtervennootschap. Deze vordering heeft gedaagde onvoldoende onderbouwd. Gedaagde c.q. de kleindochtervennootschap heeft de vermeende vordering van de aandeelhoudersvennootschap reeds voldaan. Gelet op het tegenstrijdig belang van gedaagde is dit als onrechtmatige eigenrichting en in strijd met artikel 2:8 BW aan te merken. Vordering wordt toegewezen. Dwangsom is eveneens toewijsbaar nu het gaat om een betaling aan een derde.
De uitspraak op rechtspraak.nl