Rb. Noord-Holland 10 december 2015, ECLI:NL:RBNHO:2015:11312
Een rechtsgevolg van doorhaling van een procedure kan ook zijn dat de procedure na royement niet kan worden hervat. Dit kan door partijen worden vastgelegd in een overeenkomst, maar kan ook worden verbonden aan omstandigheden. Met toepassing van de vertrouwensleer (art. 3:35 Burgerlijk Wetboek) kan uit gedragingen van partijen een overeenkomst worden afgeleid, dan wel afstand van recht of rechtsverwerking. De kantonrechter is van oordeel dat van een dergelijke situatie in deze zaak sprake is. Menzis heeft het verweer van [gedaagde] dat de zaak was definitief beëindigd en daarmee dat hij erop mocht vertrouwen dat hij niet langer in rechte werd betrokken door Menzis over deze kwestie, niet althans onvoldoende weersproken. Menzis heeft geen enkele informatie verstrekt over de reden van de eerdere doorhaling, in de dagvaarding is daar zelfs met geen woord over gerept. Afwijzing van de vordering tot betaling van de buitengerechtelijke incassokosten.
De uitspraak op rechtspraak.nl