Rb. Noord-Holland 18 december 2015, ECLI:NL:RBNHO:2015:11200
“Hoewel voor wat betreft de leningsovereenkomst en het renteswap contract sprake is van twee op zichzelf staande overeenkomsten, is sprake van een zodanige samenhang dat zij in onderlinge samenhang moeten worden gewaardeerd. Het is in strijd met de regels van goed koopmansgebruik om de negatieve waarde van de renteswap afzonderlijk in aanmerking te nemen bij het bepalen van het resultaat uit overige werkzaamheden. De door de bank opgegeven waardes weerspiegelen de contante waarde per de waardepeildatum van de door eiser te verrichten betalingen gedurende de resterende looptijd van het renteswap contract. Er is geen sprake van een voorwaardelijke verplichting, zodat de negatieve waarde van het renteswap contract in aanmerking genomen kan worden bij de vaststelling van de rendementsgrondslag voor box 3.”
De uitspraak op rechtspraak.nl