Rb. Noord-Holland 5 november 2015, ECLI:NL:RBNHO:2015:10898

Last onder dwangsom en invorderingsbesluit. Bij besluit van 2 september 2014 (het primaire besluit) heeft verweerder de naamloze vennootschap Meerlanden Holding N.V. onder oplegging van een dwangsom gelast de overtreding van artikel 2.1, eerste lid, onder e, onder 2° en 3° van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) te beëindigen en beëindigd te houden door geen voorgecomposteerd GFT afval (afkomstig uit tunnel V) buiten op te slaan. De dwangsom bedraagt € 15.000,- per geconstateerde overtreding per week met een maximum van € 150.000,-. Verweerder was bevoegd handhavend op te treden en er bestond geen aanleiding daarvan af te zien. Bij besluit van 19 mei 2015 heeft verweerder € 150.000.- aan verbeurde dwangsommen van eiseres ingevorderd. Ter zitting heeft eiseres desgevraagd aangegeven het invorderingsbesluit niet te betwisten. Gelet op het bepaalde in artikel 5:39 van de Awb heeft het beroep derhalve niet mede betrekking op dit besluit.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken