Rb. Noord-Holland 1 september 2014, ECLI:NL:RBNHO:2014:8419
Eiser verkoopt en levert een eigen woning onder voorbehoud van een erfpachtrecht/opstalrecht aan zijn kinderen. Eiser heeft zijn kinderen de koopsom hiervoor kwijtgescholden. eiser heeft daarnaast rente betaald over bij de aanschaf van de woning afgesloten lening, alsmede de erfpachtcanon aan de kinderen voldaan. De woning is voor de toepasselijkheid van de afdeling 3.6 van de Wet IB 2001 aan te merken als een ‘eigen woning’ voor eiser. De betaalde erfpachtcanon is volledig aftrekbaar. De rechtbank volgt verweerder niet in diens uitleg van artikel 3.120, aanhef en onder b, van de Wet IB 2001, noch de door verweerder voorgestane analoge uitleg van het Besluit van de Staatssecretaris van Financiën van 13 november 2006, CPP2006/412M, nu een wettelijke grondslag hiervoor ontbreekt. Er is evenmin sprake van een “erfpachtschuld”, waarop de regeling van de eigenwoningreserve van toepassing is. De betaalde rente is eveneens volledig aftrekbaar, nu de woning al vanaf 1977 geldt als een eigen woning voor eiser en gesteld noch gebleken is dat de verwervingskosten lager waren dan de bestaande lening. De met de verkoop van de grond behaalde opbrengst (€ 800.000) maakt dit niet anders. In casu is er geen sprake van fraus legis, nu verweerder niet heeft bewezen dat belastingbesparing voor eiser de doorslaggevende beweegreden was voor het aangaan van de onderhavige transacties.
De uitspraak op rechtspraak.nl