Rb. Noord-Holland 16 januari 2014, ECLI:NL:RBNHO:2014:8371
Bij besluit van 17 december 2013 heeft verweerder de hond van verzoeker (verder: hond) in beslag doen nemen voor de duur van acht weken en bepaald dat (hond) aan een gedragstest onderworpen dient te worden. […] De voorzieningenrechter stelt vast dat verweerder in het besluit van 17 december 2013 als het gaat om de rechtsgrondslag op twee gedachten hinkt. Enerzijds wordt in de aanhef van het besluit aangegeven dat het gaat om (spoed)bestuursdwang. Anderzijds wordt gewezen op de ‘lichte bevelsbe-voegdheid’ neergelegd in artikel 172, derde lid, van de Gemeentewet. […] Een dier is geen voor menselijke beheersing vatbaar stoffelijk object. Voor het overbrengen van (hond) naar het hondenhotel (meevoeren) en het gedwongen verblijf aldaar (opslaan) kan artikel 5:29, eerste lid, van de Awb derhalve niet als rechtsgrondslag dienen. Hierin ziet de voorzieningenrechter een aanknopingspunt dat de inbeslagname en het over-brengen van (hond) naar het hondenhotel niet kan worden aangemerkt als bestuursdwang in de zin van de Awb. Het meevoeren, het gedwongen verblijf en vooral het opgelegde gedragsonderzoek laten zich ook lastig duiden als herstelmaatregelen in de zin van arti-kel 5:24, eerste lid, van de Awb. Bestuursdwang is immers een sanctie gericht op her-stel in de oude (lees: rechtmatige) toestand. Een ander aanknopingspunt voor het oor-deel dat geen sprake is van bestuursdwang kan worden gevonden in artikel 5:23 van de Awb. Gelet op het dossier en het verhandelde ter zitting heeft verweerder het besluit van 17 december 2013 genomen teneinde de onrust in de wijk en het gevoel van onvei-ligheid bij buurtbewoners weg te nemen. Kortom: de bij besluit van 17 december 2013 opgelegde maatregelen zijn in het kader van de (onmiddellijke) handhaving van de openbare orde genomen. […] De bevoegdheidsgrondslag voor de inbeslagname van (hond), het overbrengen naar het hondenhotel en het opleggen van de gedragstest kan worden gevonden in artikel 172, derde lid, van de Gemeentewet. Gelet op de incidenten zoals hiervoor beschreven en welke door verzoeker in de kern ook niet worden ontkend, heeft verweerder naar het oordeel van de voorzieningenrechter in redelijkheid het besluit van 17 december 2013 kunnen nemen, nu het hier gaat om een openbare ordemaatregel er op gericht de ontrust in de wijk weg te nemen en de veiligheid van de bewoners en kinderen te waarborgen. Daarbij is mede van belang dat vaststaat dat verzoeker in ieder geval één keer het muil-korfgebod heeft genegeerd.
De uitspraak op rechtspraak.nl