Rb. Noord-Holland 18 juli 2014, ECLI:NL:RBNHO:2014:6636
Benadelingshandeling in de zin van de WW. Eiser en de werkgever hebben een vaststellingsovereenkomst gesloten en daarbij niet de fictieve opzegtermijn in acht genomen. Uit de feiten en omstandigheden van het onderhavige geval blijkt niet zonder meer dat een hogere ontslagvergoeding of een latere ontbindingsdatum in de rede lag. Verweerder heeft niet onderbouwd dat het haalbaar was om een hogere vergoeding of latere ontbindingsdatum te vragen. De bewijslast rust bij verweerder. De rechtbank voorziet zelf. Verweerder heeft een verkeerde opzegtermijn gehanteerd.
De uitspraak op rechtspraak.nl