Rb. Noord-Holland 23 april 2014, ECLI:NL:RBNHO:2014:3627

Omstreeks juni 2002 is gebleken dat de resultaten in de Nederlandse Zeugenhouderij verminderden. Uit onderzoek kwam naar voren dat door Nederlandse varkenshouders toegepast varkensvoer de hormonale substantie medroxyprogesteron acetaat (mpa) bevatte. Ingevolge richtlijn 96/22/EG is het gebruik van bepaalde stoffen met hormonale werking in de veehouderij verboden. Nader onderzoek wees uit dat de bron van de vervuiling in Ierland lag. De daar gevestigde geneesmiddelenfabrikant Wyeth gebruikte een suikeroplossing voor het aanbrengen van een coating op anticonceptiepillen. Met mpa vervuild suikeroplossing is door Wyeth via afvalmakelaar Cara ter verwerking verscheept naar Bioland Liquid Sugars in België. Bioland heeft de suikeroplossing ten tijde van haar faillissement kennelijk op aandringen van de curator van haar bedrijventerrein verwijderd door dit te leveren aan enkele Nederlandse schakels in de productieketen van varkensvoer. De met mpa vervuilde suikeroplossing is ook bij eiseres terecht gekomen en na vermenging met tarwezetmeer verkocht aan varkenshouderijen. Na ontdekking van de mpa in Nederlandse varkens zijn de desbetreffende varkenshouderijen onder toezicht gesteld en geblokkeerd. Eiseres vordert een verklaring voor recht dat gedaagden onrechtmatig jegens haar hebben gehandeld, omdat 1) bij het overdragen van de suikeroplossing aan Bioland geen melding zou zijn gedaan aan de Ierse en Belgische autoriteiten, terwijl dit op grond van verordening (EEG) 259/93 wel zou zijn vereist en 2) gedaagden hebben gehandeld in strijd met de zorgvuldigheid die in het maatschappelijk verkeer betaamt door Bioland te selecteren als verwerker van het farmaceutische afval, terwijl gedaagden wisten, althans moesten weten, dat Bioland niet in staat was het afval behoorlijk te verwerken. Eiseres vordert voorts vergoeding van de door haar geleden schade. De rechtbank wijst de vorderingen af. Zowel naar Iers als naar Nederlands recht heeft eiseres onvoldoende gemotiveerd gesteld dat als gedaagden de (juiste) kennisgeving hadden gedaan de invoer van het farmaceutische afval in België niet was toegestaan en het suikerwater niet was opgenomen in de Nederlandse varkensvoedselketen onvoldoende onderbouwd. Eiseres heeft derhalve niet voldaan aan haar stelplicht wat betreft het vereiste conditio sine qua non verband tussen enerzijds de aan gedaagden verweten gedraging dat ten onrechte geen kennisgeving is gedaan en anderzijds de (gestelde) schade. Eiseres heeft zich verder beroepen op art. 34 Vo EEG 259/93 en gesteld dat op Wyeth als producent de verplichting rust om de nodige maatregelen te treffen om te bewerkstelligen dat haar afval op een behoorlijke wijze wordt verwerkt. Eiseres stelt dat Wyeth aan deze verplichting niet heeft voldaan. Gedaagden hebben aangevoerd dat, wat er ook op hun handelen zou kunnen worden aangemerkt, de ernst en afkeurenswaardigheid daarvan in het niet valt bij de verwijten die eiseres ter zake kunnen worden gemaakt. De rol van eiseres zelf in de verspreiding van MPA onder Nederlandse varkensboeren is onrechtmatig en de schade waarvan zij vergoeding vraagt is het gevolg van haar eigen schuld. Het verweer van gedaagden dat het eigen handelen van eiseres aan het aannemen van een op gedaagden rustende vergoedingsplicht in de weg staat slaagt zowel naar Nederlands als naar Iers recht. De door eiseres zelf overtreden zorgvuldigheidsnorm heeft een strekking die vergelijkbaar is met de norm die zij ten aanzien van gedaagden inroept. Het betreffen normen die er toe strekken dat schadelijke of om andere redenen ongewenst geachte stoffen terecht komen in ketens of op plaatsen waar(in) zij uit een oogpunt van zorg voor milieu en gezondheid ongewenst worden geacht. Niet gezegd kan worden dat gedaagden wat betreft hun gebrek aan zorgvuldigheid meer te verwijten valt dan eiseres zichzelf zou moeten verwijten, zodat de schade in de verhouding tussen eiseres en de gedaagden, geheel voor rekening van eiseres moet blijven.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen